OCMW zet haar gronden in de uitverkoop, maar in wiens belang?

Stad Gent verpatste haar publieke gronden aan spotprijsjes en jaagde zo speculatie op landbouwgronden aan. Het leverde geld op voor investeringen die broodnodig zijn, maar speelde belangrijke, eeuwenoude troeven uit de hand. Een duurzaam, lokaal, sociaal… beleid in woorden, in daden: ondoorzichtige deals met grote vermogens ten koste van de Gentenaars.

Igor Willems
Afbeelding bovenaan: 450 hectare (in het groen) vergeleken met Gent centrum.

In 2016 kocht Fernand Huts, de CEO van Katoen Natie, 450 hectare grond in de regio ten noordoosten van het huidige havengebied, van het Gentse OCMW. Deze gronden waren al eeuwen publiek bezit. Ze werden tot dan toe verpacht aan lokale boeren, maar in 2016 werden in één klap tientallen percelen verkocht aan Huts. De verkoopprijs (17,5 miljoen) lag vér onder de werkelijke waarde van de gronden. Veel lokale boeren hadden nochtans allang verklaard die percelen bijzonder goed te kunnen gebruiken, en er ook nog eens meer voor over te hebben dan wat Huts ervoor betaalde.

Gent heeft een enorme troef met haar groot publiek patrimonium aan gronden, maar de laatste jaren heeft het die gronden grootschalig in de uitverkoop gezet. Soms worden ze verkocht aan andere publieke instellingen zoals het Agentschap Natuur en Bos of de provincie. Maar aanzienlijke stukken grond zijn aan privé-spelers verpatst, waaronder die 450 ha in Zeeland die miljardair Huts voor een prikje mocht kopen. 

Het nut van publieke landbouwgronden

Wat verandert er dan eigenlijk wanneer die gronden geprivatiseerd worden? Welk nut hebben ze als publiek bezit? Uiteraard gaat het niet over genoeg oppervlakte om heel Gent van voeding te voorzien. Maar toch spelen publieke landbouwgronden een belangrijke rol voor boeren in de omgeving van het Gentse. Een boerderij opstarten kent grote vaste kosten, en om het rendabel te houden moet de boer op voldoende grond kunnen rekenen. Vaak wordt de financiële overschot waar de boer van moet leven op de laatste paar hectaren grond gemaakt.

Dat betekent dat er amper boeren zijn die al de grond die ze bewerken zelf helemaal in eigendom hebben. De meesten hebben lopende hypotheken en pachten daarnaast grond van bezitters. Nu is er een belangrijk verschil voor boeren tussen pachten van publieke instellingen enerzijds, en pachten van privé-spelers anderzijds: zekerheid. Privé-grond is namelijk onderhevig aan mogelijke erfenissen die de grond opsplitsen, wisselende interesses van de eigenaren en korte termijn-belangen. Pachten van een publieke instelling biedt de boer dus meer zekerheid op de lange termijn, een zekerheid die tot voor de grote uitverkoop historisch verankerd was.

Er zijn ook andere voorbeelden die het nut van publieke gronden aantonen wanneer die opengesteld worden voor minder winstgerichte maar meer sociale, duurzame projecten. Zo is er het Good Food-initiatief in Brussel: van op gewestelijk niveau wordt daar lokale voedselproductie gekoppeld aan voedselvoorziening voor scholen, ziekenhuizen… maar ook handelszaken en restaurants in de stad. Zouden we zulke dingen in Gent niet ook kunnen doen?

“Gent trekt ten strijde voor lekkere, lokale en duurzame voeding”

Op haar website geeft het stadsbestuur aan vol op lokale en duurzame voeding in te willen zetten, en daarin het sociale aspect ook belangrijk te vinden. Vijf doelstellingen moeten die ambitie verwezenlijken, waarvan “meer en sterkere contacten tussen lokale producenten en consumenten” de belangrijkste wordt genoemd. Met een aantal Gentse PVDA’ers gingen we dan ook eens langs op één van de lokale boerenmarkten. We spraken er boerin Annelies die samen met andere lokale boeren op verschillende dagen haar producten over heel Gent aanbiedt: van Rooigem tot Gentbrugge, Meulestede tot Sint Amandsberg. Via de Boerenmarkten brengen zij zo duurzame, lokale voeding aan de man. We zagen met eigen ogen hoezeer dit initiatief niet alleen de keten van landbouw naar ons bord korter en duurzamer maakt, maar ook een belangrijk sociaal effect heeft: mensen in de stad leren de boeren kennen die hen voeden. Regelmatige klanten en de boeren spreken elkaar met voornaam aan en slaan een babbeltje.

Wat wij zien is dat er over publieke grond geen visie of langetermijndenken bestaat bij de Stad Gent.

Annelies verkoopt vooral vleeswaren van haar bio-boerderij in Lokeren. We vroegen haar naar de situatie van de boeren rond het Gentse. “Wat wij zien is dat er over publieke grond geen visie of langetermijndenken bestaat bij de Stad Gent. Men heeft gewoon geld nodig en dan wordt er grond verkocht. Maar ik vind dat er met publieke grond veel duurzamere dingen kunnen gebeuren.” Boeren als zijzelf staan al lang machteloos tegenover enorm hoge grondprijzen, en veel boeren zijn constant op zoek naar grond om het boerenbedrijf rendabel te houden. De zekerheid die de stad dan met haar publieke gronden kan bieden is in zo’n situatie broodnodig.

De logica achter de uitverkoop

Waarom kiezen de stad en haar publieke instellingen er dan voor om grond massaal te verkopen aan privé-spelers? Na een eerste rechtszaak van een aantal bioboeren tegen de verkoop aan Huts gaven Rudy Coddens (Vooruit) en vertegenwoordigers van de OCMW te kennen dat met het vrijgekomen geld investeringen konden gebeuren die “directer” het algemeen belang zouden dienen. De voornaamste begunstigde van dit geld zou WoninGent zijn. Dat de grootste Gentse sociale huisvestingsmaatschappij al jaren in vieze papieren zit, is een openbaar geheim. Maar is het verkopen van gronden met eeuwige waarde om WoninGent tijdelijk te stutten wel de beste oplossing?

Is het verkopen van gronden met eeuwige waarde om WoninGent tijdelijk te stutten wel de beste oplossing?

Ook mensen die onderzoek doen naar de kwestie bevestigen dat er vooral een financiële overweging gemaakt lijkt te worden. Hans Vandermaelen, die aan de UGent verbonden is, ziet achter de grote uitverkoop dan ook vooral “een boekhoudkundige logica, maar geen sociale of ruimtelijke logica.” Voor de Stadsacademie, een platform rond duurzaamheid en de stad, bogen Vandermaelen en enkele collega's uit verschillende disciplines zich over de verkoop van de publieke gronden. Voor het eerst werden de gronden ook voor breder publiek goed in kaart gebracht, nadat het OCMW weigerde duidelijkheid te bieden. De conclusie van hun onderzoek is duidelijk: het financiële motief primeert.

Kortom: de vaststelling van boerin Annelies klopt. De stad kiest voor een snelle opbrengst boven het behoud van een lange termijn-investering. Voor Stad Gent spelen de lokale boeren in dit verhaal duidelijk geen rol. De kaart was doorgestoken - de verkoop werd opgesteld op maat van miljardairs zoals Fernand Huts: “Pachters van die gronden hebben verschillende keren gevraagd aan het OCMW of zij er stukken van mochten uitkopen. Het OCMW weigerde, omdat zij van mening waren dat de gronden in één stuk meer waard zouden zijn,” legt Annelies uit. “Maar door het zo te doen ga je automatisch alle boeren uitsluiten. Dan zet je die verkoop eigenlijk buiten de markt, want zo’n miljoenenprijzen: dat heeft de modale mens niet op zijn bankrekening staan. Daar gaan boeren geen lening voor krijgen. Dan trek je investeerders aan die gewoon winst willen maken op grond die voor landbouw dient.” 

En dan nóg werden de gronden verkocht voor minder dan ze waard waren!

Foto uit online lezing van de Stadsacademie

Zwaar cashen voor Huts

De 450 ha grond in Zeeland die in 2016 in één klap verkocht werden, daar wordt niet ‘zomaar’ winst op gemaakt. Huts kocht ze via zijn landbouwvennootschap, maar vooral ook als baas van het havenbedrijf Katoen Natie. Een paar jaar na de verkoop is namelijk de fusie van de havens van Gent en Terneuzen beklonken, en een fikse uitbreiding aangekondigd. De komende jaren zal de waarde van die grond dus enorm stijgen. De uitbreidingen aan infrastructuur zullen de vraag naar en dus ook de waarde van deze grond fiks doen stijgen. Meer nog, de nood aan compensatiegrond zal sterk toenemen: de uitbouw van de haven zal ten koste gaan van landbouwgronden, waarvoor alternatieve gronden in de omgeving zullen worden gezocht. Dat is een ontwikkeling waarvan Huts als havenbaas waarschijnlijk heel goed op de hoogte was toen hij die gronden voor een prikje in zijn zak stak. Een erg goede privé-investering dus, maar niet bepaald gunstig voor de publieke belangen.

Dat roept ernstige vragen op. Wist het OCMW toevallig zelf niets van de toekomstige stijging in waarde van haar eigen gronden, toen ze die nog ónder de huidige marktwaarde in één klap verpatste? Waar liggen de prioriteiten? 

In wiens belang dan eigenlijk?

Verschillende actiegroepen, zoals De Hongerige Stad (een coalitie van boeren en burgers die ervoor pleit “om een ernstig maatschappelijk debat op te starten over de toekomst van publieke landbouwgronden”) verwijten het stadsbestuur een gebrek aan visie. Dat is eigenlijk nog best mild. Zeker voor een stad die zo graag uitpakt met haar focus op duurzaamheid, lokale samenwerkingen en het sociale karakter, is die uitverkoop niet alleen onbegrijpelijk maar ook enorm pijnlijk. Want hoe kan het die ambities waarmaken als het haar instrumenten om dat te doen zo gratuit uit handen geeft? Als het stadsbestuur en de OCMW-raad serieus zijn in die ambities, waarom moedigen ze dan grote vermogens aan om te speculeren op landbouwgronden in de omgeving, in de plaats van te luisteren naar de boeren en de inwoners van de stad?

“Landbouwgronden, daar moet gewoon niet op gespeculeerd worden. Daar winnen alleen de grote vermogens bij, en verder niemand.”

Voor boerin Annelies is het alvast duidelijk: “Landbouwgronden, daar moet gewoon niet op gespeculeerd worden. Daar winnen alleen de grote vermogens bij, en verder niemand.” Een enorm deel van de gronden die eeuwenlang publiek bezit waren zijn ondertussen van de hand gedaan. Eerder deze week werd bekend dat verschillende adviesraden negatieve feedback geven op de visienota van het OCMW met betrekking tot haar publieke gronden. Een lange termijn-visie, en vooral serieus overleg met sociale partners, middenveld en betrokken landbouwers blijft ontbreken. 

Maak het stadsbestuur opnieuw dezelfde fout?

In de periode 2020-2025 ligt er opnieuw een verkoop van 140 hectaren grond op tafel. Tot nu lijkt de kortetermijnwinst bij de verkoop de overhand te nemen. De stad versast haar gronden aan Fernand Huts en co, om zo eenmalig het stadsbudget te spekken. Ondertussen blijven de lokale boeren in de kou staan, en mist de stad een kans om haar grondpositie te gebruiken in breder beleid. Zal de stad dus haar fout uit het verleden herhalen of gaat ze in gesprek met het middenveld om een sociale toekomst te geven aan de gronden die de lokale boeren ten goede zal komen? 

 

Doe je mee?